325 JAAR WAALSE KERK ARNHEM

“Enchanté de faire votre connaissance, pasteur Vernejou,”

zo maakten in 1684 in de goede stad Arnhem het consistoire (kerkenraad) en de leden van de Eglise Wallonne d’Arnhem kennis met hun  eerste eigen predikant. Dat klinkt nogal vormelijk. Maar zo  zijn Fransen bij de eerste kennismaking, toen en nu nog steeds. Toch zullen die woorden vol vreugde zijn uitgesproken. Hun eerste eigen predikant! Daniel Vernejou was Hugenoot en predikant die op zijn vlucht uit Frankrijk eerst in Antwerpen was neergestreken, vervolgens de Waalse Kerk van Rotterdam had gediend, waarna hij naar Arnhem was gekomen.Tien jaar later nam hij een beroep naar Hamburg aan.


Nu zijn er van de tientallen Waalse kerkgemeentes die in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw in ons land bestonden, nog veertien over, waaronder die van Arnhem-Nijmegen. Gemeenschappelijke kenmerken: de cultes (kerkdiensten) worden in het Frans gehouden, de paroisses zijn te klein voor een volledige predikantsplaats dus delen ze hun pasteurs met elkaar, samen vormen ze  een classis binnen de PKN.


Tal van Hugenoten hadden have en goed bij hun soms overhaaste vlucht uit Frankrijk moeten achterlaten. Maar zoals emigranten in alle tijden en van over de hele wereld waren ze ondernemende mensen en hadden daarom succes in hun nieuwe vaderland. Het duurde niet lang voordat een deel van de adel en het patriciaat,  die traditiegetrouw Frans spraken, deel van de Waalse kerken gingen uitmaken. Dit elitaire trekje is intussen wel verdwenen. Het zijn nu voormalige ‘expats’, Nederlanders die voor hun werk in een Frans sprekend buitenland hebben gewoond, immigranten uit Franssprekende gebieden en liefhebbers van de Franse taal en cultuur, die het ledenbestand vormen.


De Waalse kerkgemeente van Arnhem-Nijmegen vierde op 13 september 2009 haar 325-jarig bestaan.

Waarom een jubileumviering?
Dankbaarheid aan God voor deze aaneengesloten lange tijd waarin het Evangelie aan immigranten en andere Nederlanders van vorige eeuwen in hun meest vertrouwde taal kon worden doorgegeven, is dat al niet een reden om dit jubileum te vieren? Maar behalve  terugzien in dankbaarheid  willen we ook vooruitzien in vertrouwen. Onze kerkgemeenschap is nu nog maar heel klein. We hopen en vertrouwen erop dat onze jubileumviering ook potentiële leden (membres) of vrienden (amis) opmerkzaam maakt op ons bestaan. Veel Nederlandse kerkgangers gaan regelmatig naar Frankrijk, voor werk, vakantie, en ook om te wonen in een eigen huis. Het geeft een heel bijzonder gevoel ook gewoon in Arnhem een plek te hebben waar je die taal en sfeer kunt proeven in een Franse kerkdienst. In een kleine gemeente waar je elkaar goed kent en vriendschappen sluit. Nu en dan met elkaar in ons intieme kerkje eet op een agape (vriendschapsmaaltijd). Voor mensen die al lid zijn van een kerkgemeente is dit niet bedoeld als vervanging van de eigen kerkgemeente, maar als een aanvulling.

Nederlands
Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat op de jubileumdag Frans- en niet-Franssprekenden  welkom zijn. Daarom zal de gehele dag, ook in de kerkdienst en het Ronde Tafel gesprek, Nederlands de voertaal zijn. De conversatie voor en na een Waalse kerkdienst gaat doorgaans toch al in het Nederlands.


Identiteit

In het programma van de jubileumviering op 13 september 2009 had onder de prikkelende gespreksleiding van oud-PGA voorzitter Elfriede ter Schegget  een drietal interessante persoonlijkheden antwoord proberen te geven op de vraag naar de Identiteit van de Waalse kerk. Is bijv. de Franse taal een zodanige bindende factor dat je daarmee een kerkgemeente op de been houdt? Voegt de Waalse kerk iets wezenlijks toe aan ons kerkelijk landschap? Die vragen zullen ook in de kerkdienst doorklinken. En op de receptie, waar we vertegenwoordigers van andere kerken, gemeentebestuur, politieke partijen en zomaar geïnteresseerden hopen te ontmoeten.


Toekomst

De Kerk als instituut kan niet bestaan zonder regels en voorschriften en ontkomt daardoor niet aan het lot van iedere organisatie: vroeg of laat dreigt ze een doel op zichzelf te worden. “Zou Jezus zich thuis voelen in de Sint Pieter van Rome of in de protestantse Crystal Cathedral van Los Angeles?” De vraag stellen is haar beantwoorden. Nee, de pracht en praal, de rituelen en het ceremonieel, de donderende orgels, hoezeer alles ook doortrokken van zinvolle symboliek, zouden hem, de eenvoudige Jood, waarschijnlijk zeer doen schrikken. Was hij immers niet zelf de pleitbezorger geweest van een puur, een tot op de kern gezuiverd Jodendom ? 
Iedere Kerk zal zich telkens weer moeten afvragen of zij wel puur is gebleven, of juist weer moet worden, om nog toekomst te hebben. Een jubileum is daarvoor een goede gelegenheid.

De toekomst van het instituut Kerk is ongewis. Zo ook die van de Waalse kerk. De toekomst van God, de Levende, de Eeuwige, is dat niet. En dat is ons geluk.